Bijna verknipt tot dekzeilen. Nu de Londense blockbuster van het jaar.

Bijna verknipt tot dekzeilen. Nu de Londense blockbuster van het jaar.

Na bijna 1000 jaar even terug naar huis

Het duurde bijna duizend jaar, maar deze herfst steekt het tapijt van Bayeux eindelijk het Kanaal over. Vanaf 10 september is het 68 meter lange borduurwerk te zien in het British Museum in Londen. De eerste keer ooit dat het Engelse grondgebied betreedt sinds het daar, vermoedelijk, gemaakt werd.

Wie het tapijt kent van schoolboeken of documentaires, moet één misverstand meteen laten varen: het is geen tapijt. Het is een borduurwerk, wollen draad op gebleekt linnen, amper een halve meter hoog, maar liefst 68 meter lang. In acht panelen en 58 scènes vertelt het hoe Willem, hertog van Normandië, in 1066 het Kanaal overstak en bij Hastings de Engelse troon veroverde op koning Harold. Historici vermoeden dat bisschop Odo van Bayeux, halfbroer van Willem, de opdrachtgever was. De beste man duikt immers opvallend vaak en prominent op in de beeldtaal. Toch werd het werk hoogstwaarschijnlijk niet in Normandië gemaakt, maar in Engeland, door een groep Canterbury-nonnen wier vakmanschap destijds tot ver over de grenzen bekendstond.

Van een kist tot een eigen museum

Pas in 1476 dook het voor het eerst op in een inventaris van de kathedraal van Bayeux, waar het eeuwenlang slechts één keer per jaar werd opgehangen en de rest van de tijd opgerold in een houten kist lag. Het overleefde zelfs nipt de Franse Revolutie. In 1792 wilde men het versnijden tot dekzeilen voor legerwagens, tot een plaatselijke advocaat, Léonard Lambert-Leforestier, het wist te redden. Van 1700 tot 1842 bleef het kunstwerk grotendeels opgerold liggen. Enkel ten tijde van Napoleon werd het enkele weken – van 6 december 1803 tot 18 februari 1804 – in het Louvre tentoongesteld, waarna het weer huiswaarts ging. Het duurde nog tot 1842 voor het daar permanent tentoongesteld werd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg het werk de volle aandacht van de nazi's en in 1944 op bevel van de Duitse bezetter naar het Louvre werd overgebracht. Het keerde pas in maart 1945 terug naar Bayeux, kreeg een eigen museum en verliet de stad niet meer. Tot nu...

Dat het tapijt nu reist, is vooral een praktische noodzaak. Het Bayeux Museum, waar het sinds 1983 hangt, sloot in september 2025 de deuren voor een grondige verbouwing die tot eind 2027 duurt. Zonder muur om aan te hangen, werd de uitlening aan Londen mogelijk. En zo keert het immense borduurwerk na bijna 1000 jaar terug naar het land van herkomst.

Voor het eerst plat op tafel

In Bayeux hangt het tapijt verticaal in een vitrine. In Londen kiest het British Museum voor een radicaal andere aanpak. Het werk komt plat te liggen, op 80 centimeter hoogte, in een op maat gemaakte vitrine die de volledige lengte in één ononderbroken blik toont. Begeleidende animatie en een digitale toelichting moeten de 58 scènes duiden, in gedempt licht om het kwetsbare textiel te sparen.

Het British Museum vult de tentoonstelling aan met stukken in bruikleen die de context van 1066 verbreden. De Bodleian Libraries van Oxford leveren het geïllumineerde manuscript Junius II, dat de tapijtmakers vermoedelijk zelf raadpleegden voor hun weergave van kledij, schepen en alledaagse voorwerpen. De South West Heritage Trust en Somerset Council brengen zilveren munten uit de recordbrekende Chew Valley Hoard, hoogstwaarschijnlijk begraven tijdens de onzekerheid na de verovering. En het Londens archief leent het charter uit waarin Willem de Veroveraar beloofde de bestaande wetten van koning Edward te respecteren.

Curator Michael Lewis benadrukt dat die aanvullende stukken tonen hoe de Normandische verovering niet alleen koningen en edelen trof, maar ook de gewone mensen – inclusief de borduursters zelf. Buiten het museum is er trouwens ook een tijdelijke buiteninstallatie met berkenbomen en wilde grassen, geïnspireerd op het elfde-eeuwse landschap dat op het tapijt is afgebeeld.

Het verhaal 

Immers, het tapijt, een van de wonderen van de middeleeuwse wereld, biedt een blik op het leven in het 11de-eeuwse Engeland, zowel vóór als na de Normandische verovering, van kastelen, oorlogvoering en schepen tot kleding, voedsel en meubilair.

Het vertelt het dramatische verhaal van een moment dat Engeland voorgoed veranderde. Geen jaar in de geschiedenis van het land is beroemder dan 1066. Het was de laatste keer dat Engeland met succes werd binnengevallen en het is het jaar waarnaar de moderne monarchie haar oorsprong dateert.

Maar het draait niet alleen om de veldslag. Het bevat 202 paarden, 37 schepen, 33 gebouwen en meer dan 700 dieren. Daarbovenop een komeet, de Halley-komeet, die wel pas maanden na de gebeurtenissen zichtbaar was. Ook de raadselachtige Ælfgyva duikt op, een vrouw wier identiteit historici al eeuwenlang bezighoudt, net als de vraag of Harold nu wel of niet stierf door een pijl in het oog. In de randen, vaak over het hoofd gezien, zitten pauwen die de gemoedstoestand van de hoofdpersonages spiegelen en spookschepen die onheil voorspellen.

Vorig jaar dook er nog een verhitte online discussie op over hoeveel naakte mannenfiguren er nu precies op het tapijt te tellen zijn. Het bewijs dat een negen eeuwen oud kunstwerk nog altijd voor beroering kan zorgen.

Reken op zo'n veertig minuten voor het volledige eenrichtingsparcours. Tickets voor de periode september – december 2026 zijn intussen uitverkocht. Wie in 2027 wil gaan, kan zich het best inschrijven voor de nieuwsbrief van het museum om als eerste de nieuwe releases te horen.

Na afloop van de Londense tentoonstelling, in juli 2027, keert het tapijt terug naar Bayeux, waar in het najaar van datzelfde jaar een gloednieuw museum opent. Toevallig net op het moment dat Willem de Veroveraar duizend jaar geleden geboren werd.

Praktisch

The Bayeux Tapestry, British Museum, Londen. 10 september 2026 – 11 juli 2027. Tickets vanaf £25.

Meer artikels